The Inner Power Project: Valerie

· Valerie

· 24 jaar

· Handelsingenieur en leerkracht wiskunde en economie

· Wordt gelukkig van: boeken, mooie dag op een prachtig stil plekje buiten tot ’s nachts met uiteraard een boek, een goed terras met lekker eten, niks doen en rondkijken…


Je voelt het nog niet


Bijna 5 jaar geleden, op 28 november 2016, heeft mijn papa zelfmoord gepleegd. Wat precies de aanleiding was, dat blijft een grote vraag. Deze vraag zal waarschijnlijk nooit beantwoord worden. Er zijn wel wat dingen aan voorafgegaan, zoals mijn ouders die op het punt stonden om te scheiden en de moeder van mijn papa die enkele jaren voordien overleed. Er waren dus wel wat factoren die wellicht aan de basis lagen, maar het punt is dat het voor ons heel onverwacht kwam. We hadden het totaal niet zien aankomen. Er waren geen signalen, hij liet niets blijken. Ik zat toen in mijn tweede bachelorjaar aan de universiteit en mijn broer in zijn laatste jaar middelbaar. Ik zat op kot en plots stond mama voor de deur die me zei dat er iets heel ergs gebeurd was. We gingen naar huis en dan kwam het nieuws… Je kan het niet vatten. Je hoort het wel, maar je kunt het niet zien. Je voelt het nog niet. In het begin ga je ook gewoon door. Ik bleef bijvoorbeeld naar de les gaan.


Toen werd het tastbaar


Kerstavond werd het voor mij voor het eerst heel tastbaar. Wij vieren Kerst altijd met veel volk. Het gevoel ‘vanaf nu is het dus voor altijd zonder papa’, werd toen reëel. Wat moet ik hier nu mee? Wat kan ik doen? Tijdens de examens in januari ging het mis mentaal, ook al was ik op al mijn vakken geslaagd. Ik wist niet hoe ik met papa’s dood om moest gaan. Ik ging naar een psycholoog en dat hielp wel, maar ik bleef het gevoel hebben dat ik dit moest oplossen. Ik had twee tegenstrijdige gevoelens: enerzijds het sterke gevoel dat ik niet bij de pakken mocht blijven zitten en anderzijds voelde ik me gewoon zo rotslecht. Bovendien vond ik dat papa niet het recht had om mijn leven zo te bepalen door deze beslissing te nemen. Ratio en emoties kwamen voortdurend met elkaar in strijd. Vooral ’s avonds viel ik stil en wilde ik niets meer ondernemen. Zitten en huilen… Ook ’s ochtends vond ik de energie niet om mijn dag aan te vatten. Dit gevoel had ik gedurende een drietal jaar. Elke keer als dacht ik dat het weer wat beter ging, werd ik opnieuw teruggebracht naar die rauwe emoties van bij het begin. Ik hoorde bijvoorbeeld een liedje dat papa graag luisterde en ik kreeg weer die klap in mijn gezicht. Op die manier dacht ik dat ik telkens van nul moest beginnen. Vandaag kan ik daar veel beter mee om.





Niet op eieren lopen


Ik verstopte mijn gevoelens niet voor de mensen in mijn dichte omgeving. Mijn vriend en echte vrienden wisten hoe het met me ging. Anderen mochten wel weten dat het was gebeurd, maar ik weet zeker dat ze nooit mijn slechte dagen zullen gezien hebben. Dat voelde voor mij niet veilig. Ik had geen behoefte om mijn dieptepunten te delen. Ik wilde vooral niet anders behandeld worden. Ik hoorde dat mensen niet wisten wat ze konden zeggen en zich afvroegen of ze wel alles konden bespreken als ik in de buurt was. Voor mij was het net fijn als mensen gewoon deden. Ik zei ook dat ze niet op eieren moesten lopen, want dan werd ik gek. Ik kan niet veranderen wat mijn papa deed en anderen moeten dat ook niet proberen te doen.


Zelf vocht ik al zo hard


Na een tijdje moest ik de stap zetten om antidepressiva te nemen. Voor mij was dat een afschuwelijke stap die voelde als verliezen of zelfs opgeven. Het idee dat ik niet sterk genoeg was om het zelf te kunnen… Ik sprak dan met mensen die ook al medicatie namen of genomen hadden en dat hielp me. Ze gaven mij het inzicht dat het net iets was wat me kon helpen vechten, dat het me zou ondersteunen, want zelf vocht ik al zo hard. Opnieuw gingen mijn rationele en emotionele kant de strijd met elkaar aan. Niemand kon begrijpen wat ik meemaakte, enkel mensen die het gevoel wel kenden. Mensen die je met een woord begrepen, hadden zichzelf ooit zo slecht gevoel. Dat maakt het moeilijk om te hopen dat je die mensen tegenkomt.


Als ik op voorhand meer geweten had over rouw, had ik nog steeds niets kunnen voorkomen. Je kan je er niet op voorbereiden dat je iemand plots verliest. Mijn frustratie bleef het gevoel dat mijn papa zo een egocentrische beslissing had genomen en dat ik mij daardoor zo slecht moest voelen. Wat maakt dat andere mensen dit kunnen beslissen in mijn plaats? Wat geeft hem het recht om mijn leven te verpesten? Niemand zou de macht mogen hebben om iemand anders zich zo slecht te laten voelen.





Juiste gesprekspartners kiezen


Schrijven over mijn problemen hielp totaal niet. Al dacht ik dat aanvankelijk wel, omdat ik sowieso veel schrijf. Wat wel hielp was weten bij wie ik voor welke gesprekken terecht kon. Ik wist bijvoorbeeld dat ik bepaalde aspecten niet met mijn mama moest bespreken. Ik gaf haar niet de schuld, maar ik begreep bepaalde beslissingen die zij de eerste periode na het overlijden van papa maakte, compleet niet. Ik leerde met wie ik waarover kon praten. Op die manier kon ik teleurstelling voorkomen. Juiste gesprekspartners uitkiezen afhankelijk van het precieze onderwerp is heel belangrijk. Dat doe ik vandaag nog.


De eerste tijd dat ik antidepressiva nam had ik er heel veel last van: hoofdpijn, slecht slapen… Je moet de dosis opbouwen en de medicatie werkt ook niet meteen. Je voelt je eerst nog slechter, je bent moe en rusteloos. Toch heeft het me heel hard geholpen. Je krijgt meer weerbaarheid, komt terug in beweging, je kan ook terug dingen ondernemen…


Het is oké om niet oké te zijn


Wat mij het meeste stoorde was dat mensen zeiden: ‘Het komt wel goed’. Daar kan je niets mee. Dat is echt het slechtste advies dat ik in die periode gekregen heb. Wat me het beste hielp was de gedachte dat het oké is om niet oké te zijn. Je mag een slechte dag, een slechte week, zelfs een slecht jaar hebben. Ik dacht dat ik mijn tijd en leven aan het verspillen was. Maar dat is niet zo, neem die tijd, je bent de tijd niet kwijt. Je werkt zo aan jezelf en kan nadien dan weer ten volle je leven benutten.





Iedereen draagt een rugzak


Op die manier vind je gelijkgezinden. Ik had daar heel veel aan. Iedereen draagt een rugzak en bij sommigen is die rugzak ontzettend zwaar. Mensen maken erge dingen mee. Door ons verhaal te delen, kunnen we elkaar beter begrijpen, meer respect hebben en meer van elkaar verdragen. Zo kunnen we gedrag in contexten zien. Waarom doet iemand iets? Een kind is bijvoorbeeld van nature nooit slecht, probeert nooit iets te doen om slecht te doen. De context stuurt het gedrag. Dat zie ik als leerkracht zo vaak. Praten helpt dan, zo creëer je wederzijds begrip.


Na een tijdje moet je beter zijn


Rouwen is bovendien een onderwerp dat vaak vergeten wordt. Iedereen kent het, maar toch wordt er niet over gepraat. Na een tijdje moet je beter zijn. Het is nu bijna vijf jaar geleden en je voelt dat mensen vinden dat het gewoon tijd is om verder te gaan. Je wil verder, je weet dat je verder moet, maar daarom lukt dat nog niet voor jou. Maar de rest gaat natuurlijk wel door. Tekst: Veerle Maniquet