The Inner Power Project: Tine

· Tine

· 27 jaar

· Dokter, maar ook zus en vriendin van veel mensen

· Wordt gelukkig van andere mensen Een veranderend lichaam

­ Eigenlijk heb ik een lange voorgeschiedenis van verschillende mentale problemen. Als kind heb ik altijd op hoog niveau geturnd, wel zestien uur per week. Op mijn zestiende stopte ik daarmee, maar door altijd zoveel te sporten had ik eigenlijk nog een kinderlichaam. Vanaf dat ik daarmee stopte, begon mijn lichaam te veranderen en daar had ik het moeilijk mee. Ik kon er niet mee om dat ik bijkwam en begon dwangmatig te weinig te eten en veel te sporten. Ik was 17 toen ik voor de eerste keer bij een psycholoog terechtkwam.


Het was direct duidelijk wat er aan de hand was, maar anorexia is een hele hardnekkige ziekte. Hoewel de gesprekken met de psycholoog wel hielpen tot op zekere hoogte, werd het niet beter. De anorexia bleef en ik werd doorverwezen naar een psychiater, zij heeft mij via therapie en antidepressiva kunnen helpen.


Langzaamaan kreeg ik die eetstoornis onder controle. Dat was moeilijk en heeft lang geduurd. Toen ik in mijn eerste jaar op de universiteit zat is het eigenlijk verdwenen, wat heel fijn was.


Geen tijd om stil te staan


Als we dan even vooruitspoelen, komen we wat verder in mijn studie terecht. In mijn tweede masterjaar moest ik een masterproef maken met een promotor die enorm veeleisend was. Dat proces zoog mij volledig leeg, want ik ben heel perfectionistisch en zij kon daar perfect op inspelen. Door een burn out heb ik toen een maand thuisgezeten. Dat was helaas niet echt gemakkelijk, want een maand achterstand in geneeskunde is best wel veel. Die achterstand heb ik gevoeld tijdens de examens, maar dat moest ik leren relativeren. Ik moest aanvaarden dat ik het niet zo goed ging doen als anders, wat heel moeilijk was. Ondertussen ging ik daarvoor ook naar een psycholoog en las ik een boek over burn-out dat mij enorm geholpen heeft.





Geen rust meer te vinden


Mijn eerste jaar als arts-specialist in opleiding na mijn afstuderen was heel zwaar. Veel werken, moeilijke supervisoren, you name it. Toen ik op vakantie ging op het einde van dat jaar, was ik doodongelukkig. Ik moest heel de tijd huilen, kon niet genieten en had paniekaanvallen. Conclusie? Een depressie. Ik heb dan opnieuw contact opgenomen met mijn psychiater en heb een maand thuisgezeten. Ook begon ik opnieuw met antidepressiva en zocht ik een nieuwe psycholoog. Die maand thuis woog ook heel zwaar op mijn toenmalige relatie. Mijn vriendin trok zich het persoonlijk aan dat ze mij niet gelukkig kon maken, geen onbegrijpelijke reactie natuurlijk.


Ik leerde te werken en leven vanuit mijn waarden en normen en ben er toen eigenlijk redelijk goed doorgeraakt, maar een aantal maanden daarna voelde ik me terug minder goed. Ik ben toen halftijds gaan werken voor een paar maanden. gelukkig heeft mijn omgeving in het ziekenhuis me daarin begrepen en gesteund.


‘Mijn date begreep het woord ‘nee’ niet.’


Uiteindelijk ben ik daar doorgeraakt met aanpassing van medicatie en de begeleiding van mijn psycholoog en psychiater. Het was ook wat rustiger op het werk, waardoor ik wat meer tijd had voor mezelf. Mijn relatie liep helaas wel spaak maar op dat punt had ik voldoende draagkracht om daarmee om te gaan.


Recent is dat door een moeilijke situatie nog maar eens bewezen. Mijn date begreep het woord ‘nee’ niet en heeft dingen gedaan die ik niet wou. Opnieuw maakte ik kennis met dat diepe dal, maar daar ben ik redelijk snel uitgeklommen omdat ik direct hulp gezocht heb en erover heb gepraat. Ik heb aangifte gedaan, mijn psychiater gesproken en traumaverwerkingstherapie gedaan, wat mij er snel terug uit heeft geholpen.


Dat alles neemt niet weg dat dat wel enorm zwaar is geweest. Ik had zoveel schrik dat dat mij terug de dieperik in ging trekken, dat die situatie terug de trigger ging zijn… en ik wou dat echt ten allen koste vermijden. Ik heb mij echt al genoeg slecht gevoeld en wou dat niet nog eens meemaken. Gelukkig ben ik mentaal veel sterker dan voordien. Ik weet ondertussen wat mijn alarmsymptomen zijn en kan mezelf heel goed aanvoelen. Ik kan het onder woorden brengen en bespreken met mijn psychiater, wat heel goed werkt.





Who cares?


Wanneer ik diep zit, heb ik nergens meer zin ik. Dan ben ik overprikkeld, kan ik van niets meer genieten en slaap ik heel slecht. Ook het ongelukkig zijn met mijn eigen lichaam komt dan terug naar boven. Ik breek mezelf echt af en kan niet meer relativeren. Dan ben ik een nietsnut die het leven niet aankan. Ook spoken er zwarte gedachten door mijn hoofd. “Als ik morgen nu niet wakker zou worden, who cares? Eigenlijk zou dat wel een opluchting zijn.. Of als ik nu eens iets ernstig zou meemaken? Een paar weken in zo’n wit ziekenhuisbed liggen, zalig. Dan moet ik niets meer doen. Eindelijk rusten en al die bullshit laten voor wat het is.”


Nu denk ik dat uiteraard niet meer, maar als je zo’n periode meemaakt, dan wil je gewoon dat het gedaan is. Toen mijn depressie ook het einde van mijn relatie betekende, voelde ik mij heel eenzaam op de wereld, alsof niemand mij begreep. Ik moest zelf al leren aanvaarden dat ik mentaal moeilijkheden heb soms.


Ziekte-inzicht


Hoewel ik mijn anorexia vroeger wou verstoppen, heb ik heel openlijk gesproken over mijn burnout en depressie. Het verschil is dat ik geen ziekte-inzicht had tijdens mijn eetstoornis. Je beseft niet goed dat er iets mis met je is, terwijl bij een burn out en een depressie je dat goed genoeg weet. Dan heb je dat inzicht wel. Ik heb toen heel eerlijk verteld aan mijn omgeving dat het niet goed met mij ging.


En die verkrachting, goh, die houd ik wel redelijk persoonlijk. Er zijn wel redelijk veel vrienden die dat weten, maar ik ga dat niet rondbazuinen. Het is wel pijnlijk dat als bepaalde mensen het weten, ze doen alsof er niets gebeurd is. Een ‘hoe gaat het?’ kan nog steeds veel deugd doen.


Ik ben echt gedurende de jaren veel opener geworden over wat ik voel en meemaak, of het gaat of niet gaat. Als ik naar de psychiater ga, dan zeg ik dat gewoon op mijn werk, om mee dat taboe de wereld uit te helpen. Maar keer op keer blijkt dat er nog veel onbegrip en taboe heerst en dat vind ik wel triestig.





Het is nooit hopeloos


Met mijn antidepressiva had ik het in het begin wel moeilijk, omdat ik het niet fijn vind om te weten dat ik waarschijnlijk voor de rest van mijn leven medicatie ga moeten nemen om mij goed te voelen. Ik heb dat lang gezien als een zwakte van mezelf. Ik ben een gezonde, jonge vrouw, waarom heb ik dat nu in hemelsnaam nodig? Maar mijn psychiater legt dat uit als volgt: sommige mensen hebben een tekort aan insuline. Jij hebt een tekort aan serotonine en dat moeten we bijvullen. Mensen moeten echt onthouden dat ze zich niet schuldig moeten voelen als ze zich slecht voelen. Er zijn altijd oplossingen en er zullen altijd mensen voor je klaarstaan. Het is nooit hopeloos.


Waarom ik het taboe wil doorbreken? Omdat er heel veel mensen zijn met mentale problemen en ik vind dat daar open over gepraat moet worden. Ik ben zelfs van mening dat zoals iedereen een huisarts heeft, iedereen ook standaard een psycholoog zou moeten hebben. De mentale gezondheid wordt in België zo stiefmoederlijk behandeld, dat is een drama.


Ik heb gemerkt hoeveel mensen ik zelf al heb kunnen helpen door er open over te communiceren. Die mensen gaan mij opzoeken als ze het moeilijk hebben, omdat ze weten dat ik iets soortgelijk heb meegemaakt. Het is zo jammer dat een depressie nog altijd bekeken wordt als een zwakte, alsof je het leven niet aankunt ofzo. Op mijn job in het ziekenhuis merk ik dat nog dagelijks. Als iemand een depressie of een burn out heeft, dan krijg je dingen te horen als “Amai, ik had toch meer verwacht van hem of haar.” Of “Ik had toch verwacht dat die meer haar op haar tanden zou hebben/sterker in haar schoenen zou staan.” Ik vind dat dat er echt uit moet. We moeten elkaar helpen en leren daar open over te zijn.