The Inner Power Project: Loulou

· Loulou

· 31 jaar

· Wordt gelukkig van lezen en schrijven, de natuur, actief bezigzijn en op reis gaan


Altijd al anders dan anderen


Ik was eigenlijk altijd al anders, ook als kind al. Ik was heel introvert, verlegen en plaatste mij altijd onder iemand anders. Die eigenschap zit er bij mij nog altijd in. Tijdens mijn puberteit had ik het dan ook enorm moeilijk. Ik ben toen ook depressief geweest, maar dat is nooit vastgesteld omdat ik daarvoor nooit naar een dokter of een psycholoog ben gegaan, want ik liet dat ook nooit echt zien.


Hoewel ik mij heel ongelukkig voelde, wist ik nooit waarom. Vooral zelfhaat en de gedachte dat ik mijn plek op de wereld niet verdiende waren alom aanwezig. Dat was ook een periode van automutilatie. Zoals mijn opa zei: Als je ergens pijn hebt, moet je ergens anders nijpen en dan voel je die eerste pijn niet meer. Ik denk dat dat ergens mijn redenering is geweest. Ik begon mezelf te snijden om mijn emotionele pijn even niet te moeten voelen.


Controle


Op mijn 25ste heb ik een eetstoornis ontwikkeld. In mijn puberteit kreeg ik altijd te horen hoe mager ik was, wat ik opvatte als een compliment. Ik linkte dat aan het schoonheidsideaal dat ons werd opgedrongen en had het gevoel dat dat het enige was aan mezelf dat er wel mocht zijn. Het was ook het enige waar ik controle over had, dus ik ben daar heel ver in gegaan. Eigenlijk dacht ik ook dat het beter was om mager te zijn en minder lang te leven, dan ‘dik’ te zijn en langer te leven.


Op een gegeven moment werd die eetstoornis vergezeld door een depressie. Maar ook in mijn relatie had ik het moeilijk, want ik werd fysiek en mentaal mishandeld door mijn toenmalige vriend. Tot ik op een gegeven moment alleen thuis was en zoiets had van: ik wil gewoon in slaap vallen en nooit meer wakker worden, er niet meer zijn. Dan is alle pijn voorbij. Om die gedachte waarheid te maken heb ik een overdosis slaappillen genomen.


Van de week daarop herinner ik mij eigenlijk niets meer. Ik kon de mentale pijn gewoon niet meer aan, vooral omdat niemand mij leek te begrijpen. De woorden ‘Kan je nu niet gewoon gelukkig zijn?’ heb ik regelmatig mogen horen. En natuurlijk, als ik die keuze had, dan zou ik uiteraard gelukkig willen zijn. Maar die is er helaas niet.





Mislukte poging


Na die overdosis was ik heel even helder en dacht ik: Wat is er gebeurd? Ben ik al dood? Voor de rest herinner ik mij niet veel meer. Mijn papa is blijkbaar met mij naar een psychiater gegaan die mij wou laten opnemen, maar dat heb ik geweigerd. Nadien heb ik ook alle behandelingen stopgezet en heb ik besloten dat ik er zelf door moest komen. Toen heb ik ergens een knop omgedraaid en ben ik terug beginnen leven. Ik ben bij mijn vriend vertrokken en tijdelijk terug bij mijn mama gaan wonen. Ook heb ik een andere job gezocht en stilaan begon mijn leven zich terug te normaliseren. Hoe ik dat gedaan heb weet ik niet meer. Maar ik moest terug leren leven met mezelf, wat uiteindelijk heel goed begon te gaan.


Ik begon terug te werken. Hard te werken. Over mijn grenzen te gaan eigenlijk. Maar deels was dat ook mijn eigen schuld omdat ik geen grenzen kan stellen en mensen altijd maar wil plezieren. Vooral dan mijn baas, want ik wil vooruit en een goede indruk maken. Maar die druk kan je jezelf niet blijven opleggen en ik ben uitgevallen. Ik kan daar heel veel over vertellen, maar laten we stellen dat dat niet in goede aarde is gevallen, wat enorm zwaar was.


Omring je met de juiste mensen


Mijn beste vriendin was destijds ook depressief en wij steunden elkaar daar heel erg in. Maar plots kreeg ik het nieuws dat zij overleden was. Mijn zusje, mijn alles. De vriendin die ik al kende van de lagere school. Vermoedelijk ging het om zelfmoord, maar er bleek mogelijks iets meer aan de hand te zijn. En toen ging bij mij het licht uit. Ik kon het niet plaatsen dat zij er ineens niet meer was. Ik ben terug hulp gaan zoeken en kon terecht bij een psychiater en psycholoog. Maar ook het crisisteam kwam bij mij twee of drie keer per week aan huis om te zien of alles oké was, want ik kon echt niets meer. Mijn nieuwe vriend, mama en pluspapa hielpen mij ook enorm en brachten mij naar mijn afspraken.


In het begin wou ik geen behandeling. Ik wou er niet meer door, het hoefde voor mij niet. Ik was eigenlijk passief suïcidaal, want ik zou nooit iets hebben ondernomen. Ik lag gewoon in mijn bed, nam kalmeerpillen en sliep. Wat veel mensen tegenhoudt om hulp te zoeken is het kostenplaatje, maar daarom heeft mijn huisarts mij aangeraden om met het crisisteam contact op te nemen, want dat is een gratis dienst. Die mensen komen je zes weken begeleiden en zoeken mee naar oplossingen. Als je bij de juiste persoon terechtkomt – in mijn geval de huisarts – die je naar de juiste mensen doorverwijst, kan je je echt wel laten helpen.


Die mensen hebben mij teruggebracht tot een persoon die plezier haalt uit het leven. Ik ben er nog niet helemaal en heb nog wel donkere gedachten, maar zij hebben mij de hoop gegeven om verder te gaan. Dankzij hen heb ik terug vechtlust.





Geen perspectief


Wat er door mijn hoofd gaat wanneer ik zo diep zit, kan ik alleen maar beschrijven alsof alles grijs en donker is. Er is een gevoel van eenzaamheid. Geen perspectief, geen kansen, geen mogelijkheden. Je wilt gewoon rust, eigenlijk. In mijn gedachten stond dat gelijk aan doodgaan. Ik wou gewoon rust in mijn hoofd, ‘normaal’ kunnen zijn en kunnen leven. Ik werd er zot van van heel de tijd in mijn hoofd te zitten en alles te overdenken. Ik wou NU, op dat moment kunnen genieten. Ik zeg altijd: ‘ik wil gewoon een normaal mens zijn.’ Maar wat is normaal? Want iedereen vecht zijn eigen battles.


‘Niemand wil de depressieve chick aan de haak slagen.’ Ik heb regelmatig proberen verstoppen waar ik doorheen ging, ook zeker voor vriendjes. Die hoefden dat allemaal niet te weten van mij, want ik had schrik dat ze daarop zouden afknappen. Nu besef ik: ik ben wie ik ben en dat is een deel van wie ik ben. Ik heb dingen meegemaakt en ben nog steeds door zaken heen aan het gaan, maar ik hoef mij daar niet voor te schamen. Vroeger dacht ik: ‘niemand wil de depressieve chick aan de haak slagen.’


Maar ook op werkvlak dacht ik altijd dat het beter was zo’n zaken te verzwijgen. Hoewel er altijd heel hard op gehamerd wordt om een gezonde omgeving te creëren voor werknemers, zie ik daar in de realiteit maar heel weinig van en zijn mentale struggles iets dat je beter verzwijgt. Wanneer je zegt dat je al eens thuis hebt gezeten met een burn out of depressie, is de kans heel groot dat ze je niet aannemen, omdat ze er vanuit gaan dat de kans heel groot is dat je opnieuw zult uitvallen of de werkdruk niet zult aankunnen. Gelukkig heb ik nu een heel begripvolle baas en team, wat echt goud waard is.





Aanvaard hulp en neem tijd voor jezelf


Het is niet egoïstisch om voor jezelf te kiezen als je het moeilijk hebt. Je kunt niet voor anderen zorgen en lief zijn voor anderen als je zelf compleet leeg bent. Zo helpen yoga en pilates mij zelf heel erg, maar ook mediteren en zorgen voor mijn lichaam.


In het begin was ik heel hard gekant tegen medicatie, maar uiteindelijk ben ik toch overtuigd geraakt van hun werking. Het doet niet alles en je moet zelf nog steeds heel hard vechten en aan jezelf werken, maar het zorgt er wel voor dat je terug uit die put kunt klimmen en terug kunt beginnen functioneren.

‘Ge moogt er zijn.’ Als ik een goede raad zou mogen geven, dan zou ik zeggen: hou van jezelf. Zorg voor jezelf. Je mag er zijn en je hebt het recht om je plek in te nemen in de wereld. En omring jezelf met de mensen die goed zijn voor jou.


Moest ik zelf de kans hebben gehad om soortgelijke verhalen te lezen toen ik zo diep zat, dan zou dat mij enorm geholpen hebben. Als puber zou ik dan misschien sneller de link hebben gelegd en hebben beseft dat ik eens naar de dokter moest gaan met mijn problemen. Dan had ik misschien nu al veel verder gestaan. Mensen moeten ook weten dat ze niet alleen zijn. Andere mensen zijn door dezelfde gevoelens gegaan en zijn geholpen geweest. Er is hoop en perspectief. En hoe meer het genormaliseerd wordt dat mentale problemen bestaan, hoe minder alleen je je voelt en hoe minder je je schaamt om bijvoorbeeld depressief te zijn. Ik heb mij heel lang geschaamd, maar dat hoeft nu niet meer.