The Inner Power Project: Katrien

Gedaan met het leven dat ik kende Op 20 december 2019 ben ik mijn vriend verloren. Heel onverwacht en heel plots overleed hij in zijn slaap, iets dat niemand had zien aankomen. Dat was enorm moeilijk, zo vlak voor de kerstperiode. Een week later was de begrafenis en in die tussenperiode ben ik heel veel bij hem geweest in het mortuarium. Ook de familie van mijn vriend heeft mij in alles heel erg betrokken, iets waar ik hen nog steeds ontzettend dankbaar voor ben. Niet veel later, nog geen drie maanden na het overlijden van mijn vriend, meldden mijn ouders dat ze gingen scheiden. In minder dan drie maanden is het leven dat ik kende dus volledig overhoop gegooid. Ik zat al in rouwtherapie, maar op een gegeven moment zag iedereen dat het met mij niet beter maar steeds slechter ging. Op dat punt kwam ik bij een psychiater terecht die vaststelde dat het niet langer uitsluitend om rouw ging, maar dat ik een depressie had.


Niet vergelijkbaar Een depressie en rouw mag je niet zomaar vergelijken met elkaar. Het feit dat je verdriet hebt en je niet goed voelt tijdens een rouwproces, dat is helemaal normaal. Maar bij mij ging dat veel verder dan dat rouwproces alleen en werd het tijd om die gevoelens toch eens goed aan te pakken.


Wekelijks had ik een sessie bij mijn rouwtherapeut. Ook wanneer het niet ging en ik een crisis had, kon ik haar altijd bereiken. Ook medicatie heeft mij geholpen, al was dat niet mijn eerste keuze. Het zou eerder mijn laatste geweest zijn.. Ik heb heel lang gewacht met die voorgeschreven pilletjes te nemen, want ik keek daar toch echt tegen op. In de maatschappij leeft bijna het idee dat wanneer je antidepressiva neemt, je bent afgeschreven. Dan ben je een hopeloos geval en is het gedaan voor u. Ik vond dat heel moeilijk om te aanvaarden en aan mezelf toe te geven dat het misschien wel een oplossing was.





We doen vrolijk verder


Wanneer ik terug naar school en mijn kot ging na het overlijden van mijn vriend, probeerde ik te doen alsof het wel ging. Op mijn stage net hetzelfde, evenals op mijn werk. Ook voor mijn mama en vrienden probeerde ik mijn gevoelens te verbergen, hoewel ik best wel weet dat ik altijd bij hen terechtkan. Maar ik legde mezelf innerlijk een soort van restrictie op, een bepaald aantal minuten dat ik daar met hen per week over mocht babbelen. Ik dacht: oké, nu heb ik genoeg over mezelf gebabbeld. Nu doen we vrolijk en praten we over bepaalde dingen niet meer, zoals het verdriet over mijn vriend of de problemen die zich thuis afspeelden.


Ik voelde mij soms echt een zaag die niets anders te vertellen had en constant met mijn problemen bij iemand terecht wou. Ik dacht constant dat daar geen plaats voor was, dat ik mensen tot last was. Ergens weet je wel dat je dat niet bent, maar zo voel je je wel.


‘Dit red ik niet meer.’


Meer en meer kreeg ik last van suicidale gedachten. Ik was altijd maar aan het wenen en wist geen blijf met mezelf. Ik had gewoon geen fut meer en zelfs geen kracht om ’s ochtends uit mijn bed te komen. Op dat moment werkte ik in een ziekenhuis, maar ik merkte dat ik daar niet de prestaties kon leveren die ik normaal wel zou kunnen neerzetten. Het ging gewoon niet meer. Op dat moment had ik wel zoiets van: misschien is die medicatie wel iets goed om het gevoel vanbinnen te kalmeren?


Dat was al zoveel waard, gewoon even rust voelen. De paniek gierde door mijn lijf, evenals diep verdriet. Elke keer besefte ik opnieuw: mijn vriend is niet hier en ik zou zo graag met hem over mijn gevoelens praten. Ik wilde iemand die mij een keer vastpakte, en mijn mama was niet goed genoeg. Ik had hem echt nodig, maar dat ging niet. Het enige dat ik wou was bij hem zijn, dus ik kreeg veel last van suicidale gedachten en paniekaanvallen, vooral op openbare plaatsen. Ik kon moeilijk ademen, begon te zweten en als ik dan op een bus of trein zat dacht ik echt: dit red ik niet meer tot het einde van mijn rit, ik geraak niet meer op bestemming B. Dat was echt pure chaos.





Meditatie zorgde voor verbinding


Wat ik wel merkte is dat yoga en meditatie mij rust gaven. Ik kon mezelf daarin wat terugvinden. Ook zorgde dat voor verbinding met mijn vriend, want hij deed heel veel aan yoga, soms wel twee of drie uur op een dag.


Ik denk dat mijn depressie misschien wel voorkomen had kunnen worden, als ik mezelf had toegelaten om erover te babbelen. Ik kende niemand die op jonge leeftijd een partner was verloren, dus had geen gelijkgezinde om mee te praten. En dat had mij wel goed kunnen helpen. Ik ben dan uiteindelijk bij een lotgenotengroep terechtgekomen via Missing You, wat heel veel deugd deed.


Maar wat er zeker mee te maken had, is het feit dat mensen niet weten hoe ze met je moeten omgaan. Wat ze bijvoorbeeld wel en niet moeten zeggen. Ik heb het gevoel dat mensen in zo’n situatie ook heel veel druk op zichzelf leggen en niet weten of ze er nu wel over mogen praten of niet. Maar soms is het fijner om met twee niet te weten wat je moet zeggen, dan alleen te zijn en het gevoel te hebben dat je vrienden je een beetje in de steek laten. Want zelf ga je niet zeggen: Hé hallo, ik wil wat aandacht, een beetje liefde en mijn verhaal kunnen doen. Als mensen niet zoveel schrik zouden hebben dat ze meer kwaad dan goed doen, dan zou dat echt kunnen helpen.


Praat erover


Een goede raad die ik anderen dus kan geven is: praat erover. Besef dat je absoluut geen last bent voor je naasten en dat ze u heel graag zien. Jij zou hetzelfde voor hen doen. Zoek mensen op die u deugd doen en waar je veel aan hebt. Voor mij was dat die praatgroep. Ik heb daar veel mensen leren kennen met soortgelijke verhalen, wat mij heel veel erkenning en herkenning heeft gebracht. Dat was zo belangrijk voor mij. Dus praat en laat je vooral niet bang maken door je eigen gedachten.


Maar mensen die niet in die situatie zitten moeten ook zeker onthouden dat je er niet vanuit mag gaan dat het goed met je gaat wanneer je vrolijk doet en overkomt. Neem eens een keer echt de tijd om te vragen hoe het gaat. In plaats van te vragen ‘hoe is het met u?’, stel je de vraag best eens anders: Hoe ben je de dag/week/maand doorgekomen?


En doe iets. Zeg niet gewoon: als er iets is dat ik kan doen moet je het laten weten. Nee, hélp gewoon. Ga de was eens ophalen, maak iets lekkers klaar, kom gewoon eens langs. Je hoeft daarvoor niet te praten, maar het is zo fijn om het gevoel te hebben dat er iemand naast u zit. Dat er iemand dicht bij u is.





‘Dat iemand het erger heeft, neemt niet weg dat je je eigen verdriet niet mag erkennen.’


Jammer genoeg heb ik het gevoel dat er in de maatschappij nog te veel wordt neergekeken op mensen met een depressie. Als je medicatie pakt en naar een psychiater gaat, dan ben je precies afgeschreven en ben je niet stabiel genoeg meer om te functioneren in de maatschappij.


Maar wat we ook moeten onthouden is dat niemand zich 365 dagen per jaar vrolijk en gelukkig voelt. Al goed maar, want anders zou het leven ook maar saai zijn. Luister gewoon eens écht goed naar elkaar, zonder die persoon te onderbreken met de woorden: ‘maar oh, ik heb dat ook.’ Laat ruimte voor het verhaal van een ander en nadien is er ruimte voor dat van jou. Anders veeg je zijn of haar gevoelens precies van tafel: iedereen heeft wel iets, we zitten allemaal met problemen.


Het feit dat de buurman een ongeneeslijke ziekte heeft, betekent niet dat jouw gebroken been er niet mag zijn. Er is altijd iemand die het erger heeft, maar dat neemt niet weg dat je je eigen verdriet niet mag erkennen.